Voorgangers: Henk Baars en Jolly van der Velden
Inleiding
‘Mijn ziel is even jong, als toen zij geschapen werd, ja eigenlijk nog veel jonger. En weet je, het zou me niet verbazen als zij morgen nog jonger zou zijn dan vandaag’.
Een fascinerende gedachte van de middeleeuwse magister en spiritueel Eckhart. Alsof je steeds jonger kunt groeien, in omgekeerde richting tot aan je geboorte en daaraan voorbij, tot in de ongeborenheid. Dat kan, want we hebben het dan over de religieuze diepte dimensie van het leven. Een mens zou je kunnen zien als bestaande uit twee bestaanslagen. De uiterlijke en de innerlijke. Het is de kunst om die twee lagen ineen te leven. Er is de natuurlijke bestaanslaag die we allemaal kennen, met veelheid en heersende tegenstellingen. Hier is niet daar, nu is niet straks, ik ben niet jij, de een z’n dood is de ander zijn brood. Op die laag zitten we meestal, de gewone realiteit. Maar er is ook de bestaanslaag van de ziel, waar al die tegenstellingen niet gelden. We doen net of we geen ziel hebben, die bestaat ook niet in fysieke vorm, maar in ons hoofd is het een constante storm van emoties, gedachten, prikkels, filmfragmenten, teksten, gedichten, verlangens, dromen, honger hebben. Een vrijwel onontwarbare stream of consiencess(stroom van bewustzijn).Als symbool van de ziel kreeg je een veer. Licht, dalend en stijgend. De vraag is hoe die mogelijkheden van de ziel te laten gelden in het natuurlijke bestaan. Dat is voor iedereen anders, maar het kerstverhaal speelt zijn spel met de figuren. Dat gaan wij ook doen. We doen dat in omgekeerde volgorde om steeds jonger te worden. We beginnen met de Wijzen de oudsten, dan de herder, Jezus, de herbergier, (merkwaardig, hebben we het nooit over) en tenslotte Maria die het Kind voelt nog voor het geboren is. Is er ontsnapping aan de standaard levensinstelling mogelijk? We gaan het zien. Het is kerstmis en we maken het met elkaar, hier nu vanavond.
Gebed
Geen mens heeft ooit hun naam vermeld. Herders vonden hem, geen wetenschap. Kinderen waren ze , jong van geest vol leven en verlangen, in aanbidding , tweeduizend jaar geleden en nog weet iedereen het.
Maak ons ontvankelijk voor het schijnsel van het licht van die ster, de diepe kosmos die weet.
Het huilen van een kind. Breek het zwaard van oorlog en dreiging. Doorstraal ons met de gloed die ons onze ziel openbaart.
De wijze
Soms kan ik haast niet geloven welke weg ik heb afgelegd voordat ik bij het kind en zijn moeder in deze stal stond. Het was een hele lange reis met veel mooie momenten van ontmoeting, maar ook vol met tegenslagen. Ik ben de tel kwijt hoeveel jaar geleden het is dat ik op een mooie heldere avond op het balkon stond van mijn paleis en naar de sterren keek. Ik ken de sterrenhemel goed en was erg verbaasd dat ik opeens een ster zag die ik nooit eerder had gezien. Hij was helderder en stralender dan alle andere sterren. Ik twijfelde geen moment, dit was een boodschap voor mij om op pad te gaan, om mijn veilige en luxueuze leven achter me te laten. Ik kon niet precies verwoorden wat ik zou gaan zoeken, maar ik vertrouwde erop dat het de aankondiging was van een geboorte van een kind, nu of in de toekomst, dat een groot leraar zou worden voor velen. Iemand die vrede zou brengen. Hem of haar wilde ik volgen. Ik wist twee van mijn beste vrienden te overtuigen met me mee te gaan en we gingen op pad met de ster als leidraad. We hadden al onze bezittingen verkocht, maar namen edelstenen, parels, wierook en goud mee als geschenk. Geen van ons had werkelijk ook maar een flauw idee wat we onderweg allemaal zouden tegenkomen aan menselijk leed. Dat raakte ons diep en we konden niet anders dan onze schatten die voor het kind bestemd waren, gebruiken om armen te voeden en te kleden, zieken te verzorgen. We hebben mensen geholpen te vluchten voor vervolging en onrecht, we hebben vrouwen behoed voor verkrachting. We kwamen door oorlogsgebieden en door dorre vlakten en raakten verdwaald in de bergen. We waren het niet altijd eens over welke weg de ster ons stuurde, we raakten elkaar zelfs kwijt, maar vonden elkaar ook altijd weer terug. Hoe minder we overhielden aan aardse bezittingen en zekerheden, hoe helderder de ster leek te schijnen. Toen we nog maar één klein pareltje over hadden en alle drie bijna uitgeput waren, kregen we thee van een paar herders in een veld. Zij vertelden ons dat niet ver daarvandaan een kind was geboren, waar ze die ochtend waren geweest. Het kind was met zijn ouders in een stal en de herders waren nog onder de indruk van de sereniteit die ze daar hadden gevoeld. Ze noemden het een heilige sfeer. We keken elkaar aan en wisten op dat moment dat onze reis bijna ten einde was.
421 woorden
2 min 45 sec
Herder
Herder zijn in Nederland, dat is een goed gesubsidieerde baan, maar in de werkelijkheid van de grote wereld is het een lage en gevaarlijke job. Ik ben inwisselbaar voor velen. Ik ben een Palestijnse herder, een uit India en de zeer velen in Afrika. Ik heb vrijwel niets geleerd, kan mijn naam nauwelijks schrijven. En ik word geronseld voor vele legers als mijn kudde is geroofd. Ik moet ineens een geweer dragen en meer van die rotzooi, maar ik moet wel anders komen we van honger om. Ik vecht overal. Want dat doen herders ze verdedigen hun kudde. Ik ben de universal soldier.
https://www.youtube.com/watch?v=S6MWPl2XBoE (graag afspelen)(2.14)
Mijn ziel is allang stuk. Misschien is het voor mij wel beter nooit geboren te zijn. Maar ik ga met de stroom mee. Ik moet wel. Schaapjes tellen? Eerder doden tellen. Is er licht aan het einde van de tunnel? Een enkeling zegt soms van wel. Er staat zomaar een schaap tussen de loopgraven. Niemand schiet op haar.
Jezus
Ze zeggen dat ik een boodschap heb, maar ik ben nog zo jong dat ik me nergens van bewust ben. Het is verdomd koud hier in die stal en Maria heeft te weinig melk door de vermoeiende reis. Ik zit ergens in het midden tussen al die kerstfiguren en weet me met mijn eigen figuur geen raad. Ik kan mij nog niet laten voorstaan op mijn grote voortreffelijkheid of de diepte van mijn religieuze uitspraken of wat ze er later van maken. Ik ben nog onbeschreven, wat moet je daar nog meer over zeggen. Als schepsel ben ik niets, mij is nog niets eigen los van mijn God die ik nauwelijks doorgrond. Hoewel ze zeggen dat ik alles al moet weten. Mijn hele prille bestaan is nog niet een hebben, maar louter een ontvangen, voortdurend in wording. Dat is mijn natuurlijke bestaan en zo zou ik het ook willen voor de rest van de mensen. Ik ben in wording. Dat zijn we steeds , allemaal. Maar ik ben nog maar een baby en heel erg gericht op voeding en aandacht en weet nog niets bewust van een leven als ontvangen. Ik moet nog door een fase van jeugdige overmoed heen. Heb nog geen idee en geen ruimte om te zien dat alles wat ons en mij ter beschikking staat ook gegeven is door God. Ja dat durf ik wel te zeggen. Dat er na je fysieke geboorte een geestelijke hergeboorte kan plaatsvinden. Dat is bij je ziel komen. Ik moet het nog bereiken natuurlijk, maar het geeft sterkere stabiliteit dan met verstand of wil te winnen. Het domste wat je kunt doen is je stabiliteit te combineren met een eigendunkelijk ego. Heel wat mensen denken dat ze behoorlijk heilig en volkomen zijn. Stabiliteit wortelt nu eenmaal niet in het menselijk ego, maar in God zelf. Ik weet het, uiteindelijk zullen ze me ter dood veroordelen vanwege die overtuiging.Hoewel ze e
Herbergier
Ik hoor er eigenlijk niet bij. Letterlijk een bijfiguur. Van mij nooit een beeldje in een stal. Ook vanavond niet. Een middenstander, een klein baasje die zijn brood probeert te verdienen. Weinig verstand van al die geestelijke zaken. Maar wel steeds opgescheept met enorme dilemma’s. Hoe moet ik al die vluchtelingen een dak boven het hoofd geven? Niemand wil ze meer hebben deze dagen. De mensen hebben geen idee van het leed dat je tegenkomt. Ach, dat weten jullie natuurlijk wel. Het wordt saai om voortdurend hartverscheurend te zijn. Velen hebben keurige formuleringen gevonden om de mensen buiten de deur te houden. “Het absorptievermogen in deze stad heeft zijn einde bereikt”; zegt men dan. Politieke ambtenarentaal om te verhullen dat barmhartigheid niet meer aan de orde is. Maar ik moet die onmogelijke orders gewoon uitvoeren. Ze hadden natuurlijk nog nooit van een spreidingswet gehoord. Laatst kwam er een stel aan de deur waarvoor ik echt geen plek meer had. Buiten slapen dan maar, maar toen zag ik dat ze zwanger was. God, moeder Maria dacht ik toen. Ik wist niet waar ik dat ineens vandaan haalde, want ik kende haar naam nog niet. Was er iets bijzonders met haar? Ik zag het nog niet, want het zou voor de romantiek van het verhaal wel mooi zijn als ik iets bijzonders zou zien. Ze was gewoon even bijzonder als alle zwangere vrouwen. Het enige wat ik kon doen, haar op een stoel in de hal van het AZC zetten. Haar begeleider moest buiten slapen. Mijn ziel heeft nog nooit zo achter mij aan gezeuld, dat mag je best wel weten. Maar haar water brak en in de ambulance werd haar kind geboren. Haar begeleider mocht mee, Jozef heette hij. Die nacht hadden ze onderdak.
Maria
Nu er zoveel is gebeurd, vraag ik me af wanneer en met wat het allemaal begonnen is. Wie keek zover vooruit, voorbij deze stal, het stro en onze vlucht naar veiligheid in de nabije toekomst. Wie voorzag dat deze geboorte ooit wereldnieuws zal zijn en eeuwenlang zal blijven. Ik in ieder geval niet, toen ik aan het werk was in de tuin en opeens oog in oog stond met een engel. Hij noemde mij de Begenadigde, ik begreep er niets van. Waarom ik? Ben ik niet veel te jong en te onervaren om deze verwachting waar te maken? Begenadigd, hoezo? Ik was bang, in de war, maar ook boos, dit was veel te groot voor mij en ik had andere plannen met mijn leven! Ik liep ervoor weg en durfde niemand ook maar iets hierover te vertellen, ik schaamde me zelfs. Maar na een paar weken werd het rustiger in mij. Een bloem vraagt tenslotte ook niet waarom ze bloeit, misschien moest ik dat ook maar niet doen. Blijkbaar was dit mijn taak en ik heb die zo goed en kwaad als het ging uitgevoerd. Er was veel onbegrip en geroddel. Dat vond ik naar, maar ik snapte dat ook wel, wat zou ik zelf gedacht hebben als het een ander was geweest? Er waren gelukkig ook mensen die mij hielpen. Jozef natuurlijk in de eerste plaats, die heeft mij al die tijd bijgestaan en we zijn als aanstaande ouders samen naar Bethlehem gegaan. De afgelopen maanden werd ik gaandeweg steeds meer moeder, al lang voor de bevalling. Moeder in de zin van dat ik steeds meer gehecht raakte aan mijn kind, maar dat niet alleen. Ik werd me er steeds meer bewust van dat ik door mijn zoon te dragen, te baren en te voeden, op mijn manier kon bijdragen aan meer rechtvaardigheid. En God weet dat we daar wel wat meer van kunnen gebruiken in deze wereld. Het leek altijd zo’n groot woord ‘rechtvaardigheid’. Meer een begrip of een verantwoordelijkheid waar politici, priesters en andere belangrijke mensen mee bezig moeten zijn. Ik was daar te klein voor, te onbelangrijk, maar gek genoeg ben ik dat bij nader inzien toch niet. Dat heeft God mij laten zien, door dit allemaal te laten gebeuren.
374 woorden 2 min 30 sec.
Voorbeden:
Een gebed van Henri Nouwen:
Bidden is je handen openen voor God.
het is een langzaam opgeven van de krampachtigheid
waarmee je je hand dichtgeknepen hield
en een toenemende bereidheid je bestaan te aanvaarden.,
Niet als een bezit,
maar als een gave die ontvangen mag worden.
Wij bidden voor wat is opgeschreven in het intentieboek:
.
.
.
Dat het zo mag zijn.
Amen
Gedicht vanaf de Toekomststoel
De weg van hoop. (Váklav Havel)
Diep in onszelf dragen we hoop:
als dat niet het geval is, is er geen hoop.
Hoop is de kwaliteit van de ziel
en hangt af van wat er in de wereld gebeurt.
Hoop is niet voorspellen of vooruitzien.
Het is een gerichtheid van de geest,
een gerichtheid van het hart,
voorbij de horizon verankerd.
Hoop in deze diepe krachtige betekenis
is niet hetzelfde als vreugde omdat alles goed gaat
of bereidheid je in te zetten
voor wat succes heeft.
Hoop is ergens voor werken omdat het goed is,
niet omdat het kans van slagen heeft.
Hoop is niet hetzelfde als optimisme
evenmin als overtuiging dat iets goed af zal lopen.
Wel de zekerheid dat iets zinvol is,
afgezien van de afloop,
het resultaat
Zegenwens en prosit.
Spraakmakend ben jij.
Vreugdevol ben jij.
Laat ons zien, wat we niet zien.
Jouw helderheid en Geest.
Jouw moederlijke arm
Jouw vaderlijke omhelzing.
Wens elkaar de diepe vrede van kerst.
Pak elkaar bij de hand en zeg uit deze zalige kerstmis.
Wees gelukkig en leef en drink!
