Ruimte waar het licht kan komen
Wind kan waaien, adem stromen
Ruimte die doet leven
Stilte waarin wij liefde horen
Open hart en open horen
Stilte om te zijn
Johannes 20.1-14
Vroeg op de eerste dag van de week, toen het nog donker was, kwam Maria van Magdala bij het graf. Ze zag dat de steen voor het graf was weggehaald. 2 Ze liep snel weg, naar Simon Petrus en de andere leerling, van wie Jezus veel hield, en zei: ‘Ze hebben de Heer uit het graf weggehaald en we weten niet waar ze Hem nu neergelegd hebben.’ 3 Petrus en de andere leerling gingen op weg naar het graf. 4 Ze liepen beiden snel, maar de andere leerling rende vooruit, sneller dan Petrus, en kwam als eerste bij het graf. 5 Hij boog zich voorover en zag de linnen doeken liggen, maar hij ging niet naar binnen. 6 Even later kwam Simon Petrus en hij ging het graf wel in. Ook hij zag de linnen doeken, 7 en hij zag dat de doek die Jezus’ gezicht bedekt had niet bij de andere doeken lag, maar apart opgerold op een andere plek. 8 Toen ging ook de andere leerling, die het eerst bij het graf gekomen was, het graf in. Hij zag het en geloofde. 9 Want ze hadden uit de Schrift nog niet begrepen dat Hij uit de dood moest opstaan. 10 De leerlingen gingen terug naar huis.
11 Maria stond bij het graf en huilde. Huilend boog ze zich naar het graf, 12 en daar zag ze twee engelen in witte kleren zitten, een bij het hoofdeind en een bij het voeteneind van de plek waar het lichaam van Jezus had gelegen. 13 ‘Waarom huil je?’ vroegen ze haar. Ze zei: ‘Ze hebben mijn Heer weggehaald en ik weet niet waar ze Hem hebben neergelegd.’ 14
Wat heb je gezien Maria Magdalena?
Ik heb jouw leven gelezen tot de laatste bladzij. Maar er is een merkwaardige vreugde in me, om alles, zoals het tot me gekomen is en zoals het goed moet zijn. Want waar komt die zekerheid toch vandaan? Ik verwacht je daar te zien liggen. Jij sterke, kwetsbare, lieve, grote, goede man. Vermoord. Waarom wordt iemand vermoord? Voor velen is het zo gemakkelijk, om niks, om een weerwoord, wilde agressie, een impuls, om haat, om waarheid, om militarisme, om jaloezie, om bloeddorst, om vrienden die vermoord werden en worden. En altijd weer, waarom jij? Ik ben op weg naar je graf, hyper gespannen. Het is vroeg, ik zie weinig nog. Mijn hart bonst, zal je mij nog vinden? Want ik zit in een cel diep onder de aarde, zo voelt het. Maar ik hoef mijn ogen maar op te slaan om bij je te zijn. En daarom nu al is alles zo verschrikkelijk eenvoudig en mooi en zinrijk. Maar er zijn nog zoveel vragen . Toch voel ik me sterk omdat ik weet dat ik het zal klaar spelen in dit leven. Je hebt krachten in me vrijgemaakt waarvan ik niet wist. Zonder omwegen heb ik geleerd de naam van God uit te spreken. Kan iemand zo bemiddelaar zijn? Het kostte je je leven. En het zal nog vele levens kosten. Ook het mijne. Zal ik de moed hebben om jou dood te zien?
Al het goede en slechte, wat er in een mens kan zijn liet je aan mij zien. Alle demonen, alle hartstochten, alles wat goed is, de liefde voor mensen. Ik zag uit mijn raam een buizerd gisteren. Constant aangevallen. Maar je ging hoger en hoger. Zoekend en overal vond je een stukje God. Je gaf het nooit op, nijdig en geïrriteerd over kleinigheden, net als ik, maar zo geduldig in het grote.
Mijn levensgevoel is weerbarstig, maar rustig en dankbaar in me. Ik rust in mezelf. Mag ik jou God noemen? De gewaarwording is heel sterk. Ik voel de trillingen in mijn lijf in elke vingertop. Een gevoel van eeuwigheid zindert door me heen. Mensen praten rustig en argeloos met me over hun leven en ineens kan het dan naar buiten breken, naakt, hun nood. Wanhoop, niet weten hoe te leven. Verhoudingen tot moeder, vader, jeugdherinneringen, dromen en vooral schuldgevoelens. Een kruisweg die jij ook nog maar net ging. Iedereen zoekt een huis, soms tijdelijk vindt je het. Maar rust, nee dat is iets heel anders. Je lessen zijn zo moeilijk, alles opgeven en je volgen, vrijwel onmogelijk. Ik kan iedere dag wel huilen, maar ik mag van mezelf maar drie keer. Drie dagen en dan zou je er weer zijn. Dat is toch onzin. Maar ik ben je erfgenaam en zal de behoedster zijn, uitdelen ervan zal ik. Ik heb mijn huis helemaal opgeruimd voordat ik op pad ging, want als je geen orde hebt over uiterlijke dingen gaat het boven je hoofd groeien. Onder de deken in mijn bed kan ik wel met je praten, een nieuwe taal zal ik moeten vinden. Zullen we bidden; zegt soms iemand tegen me, maar dan stokt de adem me in de keel. Dan kan ik het niet. Maar dan stromen de tranen weer over mijn gezicht, van onmacht en barmhartigheid en duw je me door mijn blokkade heen. Er gebeuren op dit moment wel heel vreemde dingen in ons leven. Worden we daardoor ook innerlijk verruimd? Ik vraag het me af. Gedeprimeerd raak ik en dan moet ik gewoon vroeg naar bed. Veel mensen haten, intrigeren spelen machtsspelletje en proberen elkaar onderuit te halen. Mijn God waar haal ik toch dat evenwicht vandaan dat ik al een paar dagen heb.
Het zand knispert onder mijn voeten, ik kom in de buurt. Is het een heuvel, is het een rots, een boom, een mistflard? Wat ver is het en toch dichtbij. Een zachte wind.
Mijn God, ik zie je.
Wijn:
Wijn is de poëzie van de aarde, het maakt dingen mogelijk omdat de waarheid er in ligt. Het geheim van Pasen dat harten verbindt en gedachten opent. Drink er van zoals Jezus en zijn leerlingen deden. Let us live in such a way, that when we die our love will survive and continue to grow.

