Aanhef
Uit Gij die weet

Die in de laatste nacht dat hij nog leefde het brood gebroken heeft en uitgedeeld en heeft gezegd: Neemt, eet, dit is mijn lichaam. zo zult gij doen tot mijn gedachtenis. Toen nam hij ook de beker en zei: Dit is het nieuw verbond, dit is mijn bloed, dat wordt vergoten tot vergeving van uw zonden. Als je uit deze beker drinkt, denk dan aan mij.

Om goed te weten wat ons te wachten staat als wij leven, hem achterna.


Als Gij hem hebt gered van de dood, God, als hij dood en begraven toch leeft bij U, red dan ook ons en houd ons in leven, haal ook ons door de dood heen, nu.

En maak ons nieuw, want waarom hij wel en waarom wij niet, wij zijn toch ook mensen?

Gedicht: Stilte Catharina Visser


De stilte wacht op mij
met haar geheime koestering
en schuw betreed ik haar paden
haar ogen zijn bezaaid met sterren
haar voeten met kiemend graan
haar handpalmen dragen de liefde
haar borst ademt oneindigheid
en haar armen tillen mijn zwaarte op
als een zachte bries leidt zij mij voort
als een licht in het duister omringt zij mij
zij wekt een kracht in mijn aderen
en brengt mij thuis in mijn hart
als water spoelt zij mijn onrust weg
van mijn kruin tot mijn voeten ontsluit zij mij
en mijn droefheid giet zij in een schaal
die zij omringt met bloesems.

Als ik mij overgeef aan haar lichtheid
ontstijg ik mijzelf
en ontwaak ik aan haar geest
de duisternis opent zich
het licht is kalm
ik laat los en besta
ik ben en niets dan dat
ik besta in een ruimte van liefde.

Schriftlezing

De eerste edities van The Passion op televisie (vanaf 2011) benaderden het verhaal van de kruisiging van Jezus als een live-verslag van een gruwelijke terechtstelling. In de eerste afleveringen hoorden we de bekende arts Bob Smalhout tot in detail vertellen wat kruisiging met een menselijk lichaam doet, onder het motto: wat ging er door Jezus heen? Die realistische toon is in de loop der jaren afgezwakt, er is meer mysterie in het verhaal blijven staan en niet alles wordt voor waar gebeurd versleten. Zo schreven de vier evangelisten het ook op, en ieder op een eigen wijze, ieder ook vele jaren na de beschreven gebeurtenissen, het meest uitvoerige verslag, dat van Johannes met de zeven kruiswoorden, zelfs minstens een halve eeuw later. Zij schreven geen ooggetuigenverslagen, maar duiding, theologie, en wel in het frame waarin ze hun evangelie hadden ingekaderd. Zo wemelt het in hun weergave van de verwijzingen naar de Psalmen en profeten. Ze schreven het ook op als een opstap naar het verhaal van de opstanding, van Pasen. Dit is een gedeelte van de versie van de evangelist Mattheüs, een wonderlijk relaas, met opvallende, noem het magische trekken.


Mattheüs 27: 45-54


Maar vanaf het zesde uur geschiedt er duisternis
over heel het land, tot aan het negende uur.

Omstreeks het negende uur schreeuwt Jezus met grote stem
en zegt: Eli, Eli, lema sabachtani?- dat is:
‘mijn God, mijn God, waarom heb je mij verlaten’. (Psalm 22: 2)

Sommigen van wie daar staan en dat horen
zeggen: ‘die roept om Elia’!

Meteen snelt een van hen toe, neemt een spons, gevuld met edik,
zet die op een rietstaf en geeft hem te drinken. (Psalm 69: 22)
Maar de overigen zeggen: ‘laat maar, we zullen zien
of Elia hem komt redden!’
Maar Jezus schreeuwt opnieuw, met grote stem,
en laat de levensadem los.
En zie, het voorhangsel van de tempel
scheurt van boven tot beneden in tweeën,
de aarde beeft, de rotsen scheuren,
de graven gaan open en vele lichamen van
de ontslapen heiligen worden gewekt.
Na zijn opwekking komen zij de graven uit,
komen de heilige stad binnen en verschijnen aan velen.
Als de overste over honderd en die met hem Jezus in bewaring houden, de beving zien en wat er geschiedt,
worden ze zeer bevreesd, en zeggen:
‘deze was waarlijk Gods zoon!’

Overweging

En wij? Hier en nu? Heeft het zin om deze tekst tot in detail te gaan uitleggen? Is het niet beter om hem tot ons nemen en te ondergaan, alle wonderlijke woorden en beelden, onlogica en onbegrijpelijkheden incluis. Zoals de duisternis, het scheurende voorhang, de aardbeving, de opstanding van de doden die de opstanding van deze mens afwachten om tevoorschijn te komen, en die merkwaardige slotregel van Jezus’ bewakers: ‘Deze was waarlijk Gods zoon’. Let wel: was! Was zijn dood dan de Godszoon waardig? Pasen zegt: nee. En dan kunnen we het daarbij laten, in verwondering, in verwarring, in verwachting, door te geloven tegen beter weten in. Ik wil uit dit verhaal van Golgotha vandaag één aspect uitlichten.
Het negende uur, het uur waarop Jezus stierf, heet in de rooms-katholieke passietraditie wel: ‘het kwade uur’. Ruim vijftig jaar geleden schreef de ecofilosoof Ton Lemaire – hij was nog geen dertig jaar oud toen – een verhandeling over ‘de middaghoogte van de wereld’ in zijn boek Filosofie van het landschap. Die middaghoogte is dat ‘kwade uur’, het negende uur, in kloosters het uur van de ‘nonen’, het uur waarop in zuidelijke landen de zon in het zenit staat, op zijn hoogst staat. Lemaire schrijft daar het volgende over. Er is “nooit een groter bereik van de wereld zichtbaar en nooit is de horizon meer omvattend dan ’s middags wanneer het licht het overvloedigst is. Maar bovendien veranderen alle, zelfs de nabije, dingen van karakter en verschijningsvorm, doordat de schaduw die zij gewoonlijk werpen tot een minimum is teruggebracht. Het is precies om deze reden dat elk ding zich als het ware losmaakt van elk ander ding, waarmee het door schaduwen verbonden was; naarmate de zon scherper wordt, korten de schaduwen en worden de dingen van elkaar geïsoleerd. De dingen maken zich los uit het schemerige halfduister waarin ze tot dan toe betrekkelijk ononderscheiden hadden bestaan, ze verschijnen nu in het volle licht van de dag: ze worden zichzelf, ze zijn op zich, ze worden absoluut. In de avond en de nacht verliezen de dingen weer hun tijdelijke zelfstandigheid om terug te keren tot een staat van verbondenheid, tot een oorspronkelijke chaos, een oerduister waaruit alles dat is door het licht wordt geopenbaard. In de nacht vervaagt alles, vervluchtigen alle grenzen en begrenzingen, verliest alles zijn identiteit, om op de dag langzaam weer zijn omtrekken te herkrijgen en zijn identiteit te herwinnen. … De dingen bereiken ’s middags hun maximale identiteit … Terwijl zij ’s nachts en ’s ochtends een reserve aan betekenis in hun schaduw hadden geïnvesteerd, vallen ze om het middaguur helemaal met zichzelf samen, raken aan hun volkomen identiteit. Er is niets meer van hen dat te raden overlaat, doordat het zich aan onze blik onttrekt door zich in het duister van de schaduw in veiligheid te stellen. De wereld heeft haar schaduwbeeld, waarin zij haar uiteindelijke betekenis had gereserveerd, in zichzelf opgenomen; zij valt met zichzelf samen en laat aan ons niets meer te raden over.” Het zal voor u geen verrassing zijn dat ik zo’n tekst lees met de beelden van het verhaal van Golgotha voor ogen. Dat doet Ton Lemaire ook. “Dit uur van de waarheid is doods en dodelijk… omdat het alles onbeweeglijk maakt, het als het ware in zijn perfectie versteent. Het hoogtepunt van het leven is dicht bij de dood; op het moment dat de wereld haar climax bereikt, houdt al wat leeft zijn adem in en verbergt zich in huis of in het bos, waar de laatste schaduwen zich hebben teruggetrokken.” Aldus Lemaire. De schepping, de natuur houdt haar adem in, zoals dat ook lijkt te gebeuren bij zonsverduisteringen. Bij die van 1999 hield zelfs onze zoon van toen 7 jaar even zijn mond toen de corona volledig was, vervuld was. Niet voor niets heet die corona naar de doornenkroon van Christus. Nog even Ton Lemaire, opgegroeid in het katholieke Limburg: “De middag en de zomer zijn de tijd van de oogst, een tijd van rijpheid, van vervuldheid, maar tegelijk daarom ook van de dood; want al het levende is vruchtbaar omdat het moet sterven, en het sterft zodra het zijn vruchten heeft afgeworpen. Daarom is de vruchtbaarheid van de middag, haar vervuldheid, verschrikkelijk; dan raakt het leven aan de dood, en de tijd aan de eeuwigheid. Dat in de religie dit tijdstip een bijzondere betekenis heeft gekregen, kan nauwelijks verwondering wekken. Zelfs het christendom, dat officieel zeker geen zonnecultus kent, is niet ongevoelig gebleken voor de symbolische betekenis van de middag. Zou het louter toevallig zijn dat Christus om drie uur ’s middags overleed?” Dat lijkt me een retorische vraag.


Tot zover Ton Lemaire over het kwade uur: de wereld staat stil, de schaduwen trekken zich terug in het duister. Het kwade uur op de goede vrijdag. Goede Vrijdag, omdat het kwade niet het laatste woord heeft. Straks zal blijken dat de nieuwe dag in volle heerlijkheid ons het grote verhaal van de opstanding binnentrekt. Straks zal blijken dat de soldaten van de wacht voor hun beurt praatten: ‘Deze was waarlijk Gods zoon.’ Want nu pas, in zijn opstanding is deze Gods zoon, die ons sjalom en gerechtigheid brengt in een nieuwe wereld. Goede Vrijdag heet het vandaag, tegen beter weten in. Amen

Voorbeden Goede Vrijdag

Eeuwige,

Bron van leven, door de dood heen.

God van het gebroken brood en het nieuwe begin.

God van het vastgenagelde lichaam en van de zoete mildheid van het geloof.

God van de verbinding, door alle obstakels heen.

God van de wind die door ons heen waait,  van de lucht die wij in- en uitademen,                                                                  elkaar inspirerend.

God van de duisternis van de rouw  en van het nooit te doven licht.                                                                                                                 

Wees bij ons vanavond en in de dagen die komen,  leef in ons                                                                                                                      en geloof in ons,  al is dat vaak tegen beter weten in.

Wees hier in de stilte en in de muziek

Wees er in onze afschuw en in ons verlangen

Wees er in onze onrust en in ons thuis zijn

Wees er in dit uur van de waarheid

opdat wij bestaan in jou.

Amen

Lied Nulpunt (Stef Bos)

Nu ik alles heb verloren
En de stilte mij verwacht
Nu ik mijzelf heb teruggevonden
Daar waar ik dacht dat ik niet was

En nu ik alles los moet laten
En de stilte mij omarmt
Alle grond is weggeslagen
Moe gestreden en gestrand

Sta ik in de open vlakte
Weet niet wat nog te geloven
En ik heb niets meer te verliezen
Dus ik geef mij beter over

Nu ik de grens heb leren kennen
Tot waar mijn handen kunnen gaan
Nu ik weet wat mij te doen staat
Gebouwd op wat ik heb gedaan

Nu ik zie hoe op het nulpunt
Ik door de leegte wordt gered
En verbaast ben hoeveel liefde
Zich altijd weer naar buiten vecht

Sta hier in de open vlakte
Weet niet wat nog te geloven
Maar ik heb niets meer te verliezen
Ik heb niets meer te verliezen
Ik heb niets meer te verliezen
Dus ik geef mij beter over
Geef mij beter over

Zegenbede

Moge nu de tijd stilstaat,
de schepping haar adem inhoudt,
de schaduwen verdwenen zijn,
het licht onbarmhartig lijkt,
moge in dit stille uur
onze verwachting gewekt worden
onze hoop ons weer vervullen
vrede en gerechtigheid ons dagen,
nu we weten dat de dood niet het laatste woord is
dat over een mensenleven te zeggen valt.
zo zegene ons de God van het leven,
en zo zegenen wij elkaar: ‘op het leven’. Amen