Witte Donderdag
Bron van eeuwige liefde, hoeder van de dag en de nacht, van het heldere bewustzijn en van het mysterie.
Wees bij ons op deze avond waarop we bij elkaar zijn gekomen om de wonderlijke en memorabele weg van jouw zoon te gedenken.
Laat hij een voorbeeld voor ons zijn, in het besef dat wij allemáál jouw zonen en dochters zijn.
Jouw geest is immers in ieder van ons, al hebben we vaak moeite die te herkennen.
Wij tasten als blinden langs de muur, op zoek naar jouw vonk om geïnspireerd te worden door jouw geest, zodat we die handen en voeten kunnen geven, ieder op zijn of haar eigen manier.
Jezus heeft vol overtuiging gedaan wat hij had te doen en kende zijn bestemming.
Geef ons de moed hem achterna te gaan, in het besef dat het leven altijd verder gaat, ook na onze dood.
Niets is ooit echt voorbij. We nemen vonken mee uit ons eigen leven, en uit de levens van mensen die ons voorgingen.
We zoeken en vinden inspiratie op ons pad onderweg naar een nieuw begin.
Ondanks alles, zijn we steeds opnieuw op weg naar Pasen.
Laat dat besef ons vervullen met stilte.
Amen
NOG NIET VOORBIJ
Gij die weet wat in mensen omgaat aan hoop en twijfel, domheid, drift, plezier, onzekerheid.
Gij die ons denken peilt en ieder woord naar waarheid schat en wat onzegbaar is onmiddellijk verstaat. Gij toetst ons hart en Gij zijt groter dan ons hart. Op elk van ons houdt Gij uw oog gericht. En niemand of hij heeft een naam bij U. En niemand valt of hij valt in uw handen en niemand leeft, of zij leeft naar u toe.
Dit is een lied van vertrouwen. Zoals een jong kind zijn ouders grenzeloos vertrouwt. En dat vertrouwen wordt in dit lied mooi bezongen.
Vroeger dacht ik dat God inderdaad alles zag en dat alles wat mij overkwam door hem was aangestuurd. Dat hij wist wat ik dacht, mooie en minder mooie gedachten; en slimme plannetjes die ik bedacht meteen door had. Dat er iemand is die alles van me weet en zijn of haar oog op me gericht houdt. Maar waarschijnlijk heeft ieder van ons meegemaakt dat dit niet waar kan zijn. Wij denken en voelen in ons, dat er ook de stem van het geweten is, die meedenkt, meeleeft. Dat ik die stem of stemmen niet los kan maken van mijzelf van mijn innerlijk. De stem die mij altijd weer tegenspreekt én moed inspreekt, die toelaat dat ik doe wat ik doe, zelfs als ik uit boosheid gemeen ben of iemand pijn doe.
Maar die stem geeft ook troost en maakt dat ik verder kan, dat ik weet dat ik zelf verantwoordelijk ben voor alles wat ik doe of laat. En dat we elkaar als mensen nodig hebben om zo goed mogelijk te leven. Zorgen voor elkaar én voor onszelf is de beste, de enige manier van leven.
Maar soms herinneren wij ons een naam, een oud verhaal dat ons is doorverteld, over een mens die vol was van uw kracht, Jezus van Nazareth, een zoon van Abraham. In hem zou uw genade zijn verschenen, uw mildheid en uw trouw. In hem zou, voorgoed, aan het licht gekomen zijn hoe gij bestaat: weerloos en zelveloos, dienaar van mensen. Hij was zoals wij zouden willen zijn: een mens van God, een vriend, een licht, een herder, die niet ten eigen bate heeft geleefd en niet vergeefs, onvruchtbaar, is gestorven. Die in de laatste nacht dat hij nog leefde het brood gebroken heeft en uitgedeeld, en heeft gezegd: Neemt, eet, dit is mijn lichaam, zo zult gij doen tot mijn gedachtenis. Toen nam hij ook de beker en hij zei: dit is het nieuw verbond, dit is mijn bloed, dat wordt vergoten tot vergeving van uw zonden. Als je uit deze beker drinkt, denk dan aan mij.
Ria
Dit tafelgebed zing ik al meer dan 40 jaar. Soms ging de tekst wel een beetje langs me heen. Maar wat de tekst zegt over Jezus is prachtig: Hij is weerloos, trouw, hij denkt niet aan zichzelf, hij is dienaar van mensen. Zo zouden wij ook wel willen zijn, een mens van God , een vriend, een licht.
Ik ben opgegroeid in de Gereformeerde kerk. Toen ik eenmaal belijdenis had gedaan, mocht ik ook aan het avondmaal deelnemen. Dat gebeurde ongeveer drie keer per jaar. Er stonden dan grote tafels voor in de kerk, gedekt met witte lakens. De kerkgangers mochten dan plaatsnemen aan een tafel. En alleen maar als ze zich goed voorbereid hadden en bedacht hadden dat er geen beletsel was. Dus als je nog een ruzie met iemand uit moest praten, moest dat eerst gebeuren. Ik vond het niet fijn om er aan mee te doen; er heerste een sombere stemming en men ging met een somber gezicht aan tafel, er was niets vreugdevols aan.
Later in Utrecht, toen we in een kring stonden, elkaar aankijkend, het brood en de wijn aan elkaar doorgaven, was dat voor mij echt een openbaring van de gemeenschap. Dat je het alleen samen in een gemeenschap kan vieren.
Overigens kan ik niet geloven dat God zijn eigen zoon heeft laten kruisigen om de zonden van de mensheid af te kopen. Zo wreed, zo in strijd met de liefde.
Het verhaal gaat dat Abraham op de proef werd gesteld, toen hij de opdracht van God kreeg om zijn zoon Izaäk te offeren. Abraham had het gedaan als God niet had ingegrepen. Ik begrijp uit dat verhaal dat God geen behoefte heeft aan mensenoffers. Hoe zou diezelfde God dan wel zijn zoon offeren??? Wat niet wegneemt dat Jezus zeer geleden heeft, verraden door één van zijn leerlingen, verloochend door een andere leerling. Alleen gelaten in de hof van Getsemane.
Ik denk dat wij zelf verantwoordelijk zijn voor de fouten die we maken, wat niet wil zeggen dat er geen vergeving mogelijk is. Maar dat moet dan wel gevraagd worden aan degene die we hebben benadeeld of slecht hebben behandeld.
Huub Oosterhuis zegt het zo: In Jezus’ naam brood breken en delen betekent dat je een wereld wilt waar brood en recht en waardigheid voor alle mensen zal zijn. De beker drinken betekent: je sterk maken voor een nieuw verbond met alle mensen, nu en in de toekomst, kome wat komt.
Psalm 23 vrij (deel)
Breng mij naar bloeiende weiden
Doe mij liggen aan vlietend water
dat mijn ziel op adem komt
dat ik de rechte sporen weer kan gaan
achter jou aan.
Moet ik de afgrond in, de doodsvallei,
ik zal bang zijn – ben jij naast mij
ik zal niet doodgaan van angst
Jij hebt de tafel al gedekt – mijn spotters
weten niet wat ze zien:
dat jij mijn voeten wast, ze zalft met balsem
mij inschenkt, drink maar, zeg je.
Laat het zo blijven, dit geluk
deze genade, al mijn levensdagen
Dat tot in lengte van jaren
ik wonen zal bij jou in huis.
Jij mijn herder, niets zal mij ontbreken.
