Welkom (Marieke)
Welkom bij deze viering van de Haagse Dominicus, de tweede in de serie over Taal.
Een viering over je ‘moerstaal’. Maar wat overkomt je als je verhuist naar een nieuwe taal? Of als je moerstaal je verlaat en je in woorden verdwaalt? Vandaag gaat het over taal: plat of kak, spreektaal of streektaal, dialect of ABN. Over taal als probleem, over taal zonder woorden. Geïnspireerd door David, Kader Abdolah, Ellen Warmond, Bernard Huijbers, Liesbeth Kromhout, spreken en zingen we over onze moerstaal.
Willem van der Meiden en ik gaan voor in deze viering. Mijn naam Is Marieke Hulsbergen.
Er wordt voor een laatste keer gecollecteerd voor het financieel ondersteunen van de vertaalboekjes, op initiatief van Liesbeth Kromhout. In deze viering vertelt zij daar meer over.
De bloemen gaan na afloop van de viering naar Liesbeth.
We steken nu de kaarsen aan en met het geluid van de klankschaal beginnen we deze viering.
Licht en klankschaal
Lied – Onstilbare tonen
Inleiding op het thema (Willem)
Wij leven vandaag midden in de Boekenweek, die volgende week zondag ten einde is. Het thema is dit jaar: ‘je moerstaal’ en volgens de aankondiging van de Boekenweek is dat “de taal waarin je spreekt, schrijft, zingt, dicht, vloekt, juicht en liefhebt.” Ik zou daaraan nog kunnen toevoegen: “de taal waarin je droomt”, “de taal waarin je gelooft” of “de taal waarin je thuiskomt”. Dat is dus niet de taal die wij twee weken geleden hier bespraken: de taal die mensen van elkaar vervreemdt, de taal die verdeelt, die ophitst. Nee, vandaag de taal die verbindt, zelfs als je elkaar niet verstaat of als zwijgen meer zegt dan welk woord ook. Veel muziek vandaag en muziek is een taal van jewelste. Sprekende stilte, taal die in beweging brengt, de gloed van woorden die oplost in zang. En de taal van gebaren, van symbolen, van beelden en rituelen. Rituelen die letterlijk veelzeggend zijn zonder dat er woorden vallen.
Om te beginnen, voor een kennismaking met wat taal vermag, kijken we naar een kort filmpje, waarin communicatie plaatsvindt tussen een hulpverlener en een oude vrouw die nauwelijks meer spreekt, maar verstaat wat muziek haar zegt, hoe muziek bij haar een talent aanspreekt dat ze wellicht al vergeten was. Probeer u zich niet te laten afleiden door de wat hinderlijke gesproken tekst eromheen…
Filmpje (Thomas)
Koorlied – Eerder dan woorden
Overweging (Willem)
Hossein Sadjadi Qaemmaqami Farahani groeide op in Iran, eerst onder het bewind van de Sjah, daarna onder dat van de ayatollahs. Tegen beide regimes kwam hij in opstand en hij moest in 1985 vluchten. Hij adopteerde toen de namen van twee geëxecuteerde vrienden: Kader en Abdolah, en kwam in 1988 in een AZC in Nederland terecht. Hij vertelde eens dat een goedbedoelende vrijwilliger hém, afgestudeerd natuurkundige, in zijn eerste huis in Zwolle ging uitleggen hoe een wasmachine werkte. Kader Abdolah maakte zich de Nederlandse taal eigen en publiceerde sindsdien tientallen boeken in zijn tweede taal, die hij ‘volmaakt’ beheerst. Hij vertelde over zijn eerste periode in Nederland eens het volgende:
“Mijn vader was analfabeet en doofstom: hij kon niet lezen, praten en horen. De eerste taal die ik sprak, was een zelfontworpen gebarentaal. In drie- tot vierhonderd gebaren wisten we alles aan elkaar te vertellen. Dat ik me meer dan dertig jaar enkel met rudimentaire gebaren had gered, sterkte me in de overtuiging dat het met dat ingewikkelde Nederlands ook zou lukken. Toen ik over de Zwolse dijk fietste, voelde ik dat ik niet bang was voor de Nederlandse taal.” Die onbevreesdheid heeft dus zeer geholpen, leest u Kader Abdolah maar.
‘In den beginne was het Woord.’ Betere vertaling is wellicht: ‘Om te beginnen was er het Woord’. Of zelfs ‘Alles begon met het Woord’. Dit zinnetje, waarmee het Evangelie van Johannes opent en dat duidelijk wil rijmen op de eerste woorden van het Bijbelse Scheppingsverhaal, is aanleiding geweest tot veel speculatie en inleeskunde. We hebben er o.a. aan te danken dat er mensen zijn die dat Woord, dat ene boek, de Bijbel – en elke tekst daaruit – omarmen als allerheiligst en onaantastbaar centrum van ons leven, een boek dat dan ook nog van kaft tot kaft ‘heilig’ is en ‘waarheid’ is. Deze opvatting wordt dan ook nog dwingend aan anderen voorgeschreven.
Het kan nog wilder. Omdat het Griekse woord dat Johannes gebruikt voor het woord: ‘woord’ ‘logos’ is, waar ons woord logica op is gebaseerd, heeft dat ene regeltje bij Johannes ertoe geleid dat mensen gingen lezen: ‘In het begin was er de rede’, de ratio, oftewel het denkend vermogen van de mens. Daar hebben we genoeg aan en daar hebben we geen God voor nodig.
Maar als we het Nieuwe Testament Hebreeuws mogen lezen – en wie houdt ons tegen? – staat hier het woord dat we twee weken geleden al hoorden: ‘dabar’, woord, maar ook daad, handeling. Want het eerste woord na het beginwoord van Genesis 1, ‘in den beginne’ is een werkwoord: ‘scheppen’: ‘Om te beginnen schiep God hemel en aarde’. Dan lezen we het eerste vers van Johannes als: ‘In den beginne was de daad’ en zo omarmt het Nieuwe Testament het Oude. En die daad is bij Johannes de vleeswording: ‘het woord/de daad is vleesgeworden’, is vlees en bloed geworden, heeft body gekregen, is mens geworden, één van ons. Die menswording, die daad is een herschepping.
Wie zo, vrijmoedig, zich de Bijbelwoorden ‘eigen’ maakt betreedt een ongeëvenaard taalveld, een wonderlijke wereld van woord en daad, van taal en betekenis, van waarheid en fictie. In deze – ons geschonken – werkelijkheid kunnen we de – ons geschonken – taal modelleren naar wat ons ‘om te beginnen’ en ten diepste raakt. Daarvoor is Bijbels gezien alle ruimte. Daar is ruimte voor beeld én voor symbool, voor de lichaamstaal van de ballerina én voor de gebaren van Kader Abdolah en zijn vader, voor het geklater van water én voor het vuur van Bernard Huijbers, voor ritueel én sacrament, voor spreken én horen, en ja, ook voor stilte. Als de profeet Elia in arren moede en op het dieptepunt van zijn leven de Ene zoekt op de berg Horeb, vindt hij die niet in toeters en bellen, niet in krijgsgewoel of in het woeden van de natuur. Storm trekt voorbij, aardbeving, vuur, maar daarin is de Ene niet. Maar wel in ‘het suizen van een zachte stilte’, zoals de Statenvertaling dat mooi vertaalt. Letterlijk staat er: ‘in de stem van een zachte roerloosheid’. En in die hoorbare stilte, die stilstand, die roerloosheid, het moment waarop de wereld even de adem inhoudt, spreekt de Ene. Het geweld van de natuur, het woeden der elementen verstomt en in die adempauze ontstaat de ruimte waarin God spreekt met de mens.
Stilte is ruimte voor communicatie. Dat vertelt ook, al dertig jaar geleden, de ecofilosoof Ton Lemaire. In een interview wordt hem gevraagd hoe het komt dat bijna niemand meer in God gelooft. “God zwijgt”, zegt Lemaire, “God laat zich niet horen, God is dood, zoals dat schijnt te heten. Niet alleen lopen de kerken leeg, maar God betekent nauwelijks meer iets voor ons. Kennelijk luisteren we ook niet meer naar hem. God betekent iets voor je naarmate je je oor te luisteren legt. Maar de stilte waarin God kan spreken, is verdwenen. Er is een onmiddellijk verband tussen de stilte van God en de stilte die nodig is om God te ervaren. Net als de natuur zichzelf maar geeft en zich toont en zich manifesteert als je luistert, zoals Gezelle ergens zegt in zijn gedicht ‘Als de ziele luistert’. Als de ziel niet luistert, dan zwijgt de natuur en zwijgt God ook. In ieder geval is een zekere openheid, een zekere ontvankelijkheid, een zekere naïveteit weg, verdwenen.” God betekent dus volgens Lemaire iets naarmate je je oor te luisteren legt – stilte faciliteert met andere woorden het luisteren. God zwijgt, heeft niets te betekenen als je je daar niet voor openstelt. En stilte is het begin van luisteren, is de ruimte waarin communicatie mogelijk is.
Terug naar het Woord. Vroeger – of moet ik hier zeggen: “vroegâh” – was er sprake van zogeheten ‘universele kerktalen’. In het oosten was dat een algemeen Grieks, voor de Slavische landen een mengtaal, het Kerkslavisch, en voor het westelijke christendom een vorm van vereenvoudigd Latijn. Dat was niemands moerstaal, maar je kon er in de wetenschap en in de kerk elke geletterde mee bereiken. Maar voor het overgrote deel van de kerkbevolking was het geheimtaal. En toch wisten de mensen wat er in die kerken verkondigd werd, en zo niet, dan waren er de beelden, de schilderijen, de symbolen en rituele handelingen, het belletje klonk en het woord werd vlees.
Een overleden oudere vriend van me werkte een groot deel van zijn leven als missiepater in westelijk Nieuw-Guinea. Hij – een aartsprogressieveling – kreeg ruzie met zijn congregatie, na gedwongen thuiskomst werd hij priester-af, ging trouwen en ging werken als pastor in de Amsterdamse Bijlmerbajes, nu gesloopt. Ben van Oers. Ik mocht een keer met Ben mee op een zondag waarop hij voor drie groepen gedetineerden in de bajes de mis opdroeg. Zijn ‘beminde gelovigen’ kwamen uit alle delen van de wereld, maar ze waren allemaal rooms-katholiek opgevoed. Mijn vriend was wars van de officiële kerkelijke leer, zeer links georiënteerd, vond Vaticanum II maar een reactionaire bende vond, vierde in Nieuw-Guinea de communie met water en maniokwortel en ontpopte zich tussen de gebeden door als een bekwame ‘vroedman’ – mijn vriend Ben droeg de mis op in het Latijn. Want dat verstond iedereen en als ze het niet verstonden, dan begrepen ze het wel. Zei Ben. Het was voor mij een wonderlijke ervaring. Toen ik hem er na afloop aan herinnerde dat hij toch voorstander was van de mis in de landstaal, in ‘je moerstaal’ dus, zei Ben de fraaie woorden: “Niet als je elkaar niet verstaat. Niet als je met elkaar een mysterie deelt. En anders krijg je die boeven trouwens niet stil.”
Ik kan het niet laten om af te sluiten met dat prachtige gedicht van Guido Gezelle uit 1860, waar Ton Lemaire naar verwees. En ik beloof u dat ik het niet ga uitleggen:
Als de ziele luistert / spreekt het al een taal dat leeft,
’t lijzigste gefluister / ook een taal en teken heeft:
blâren van de bomen / kouten met malkaar gezwind,
baren in de stromen / klappen luide en welgezind,
wind en wee en wolken, / wegelen van Gods heilige voet,
talen en vertolken / ’t diep gedoken Woord zo zoet…
als de ziele luistert!
Wat valt er dan nog te zeggen, dan: Amen
Lied – Gij die een en eeuwig zijt
Symbolentafel (Marieke en Willem)
Een ritueel is een geheel van symbolen en bijbehorende handelingen met een speciale betekenis. Soms worden er woorden bij gebruikt, maar dat hoeft lang niet altijd zo te zijn. Het ritueel zelf is dan al krachtig genoeg. Er zijn religieuze rituelen, maar rituelen zijn in feite overal. En vaak herinneren ze je aan de kindertijd. Zo zijn er rituelen om toe te treden tot een bepaalde groep of die een markering in je leven betekenen. Denk aan het doopritueel, een huwelijk of aan einde van je leven het afscheid nemen. Rituelen kunnen verbinden, troosten, omarmen en helpen loslaten. Ze helpen ons wanneer we onvoldoende woorden hebben om ons uit te kunnen drukken en zijn soms universeel. We lopen gezamenlijk een stille tocht als we ergens heel verdrietig over zijn, we steken een kaarsje aan om aan iemand te denken of voor iemand te bidden.
We hebben jullie gevraagd om een symbool mee te nemen die een ritueel vertegenwoordigd uit je kindertijd. Dat mag een religieus symbool zijn, maar dat hoeft niet. We leggen de symbolen op de tafel in het midden neer. Een paar mensen zullen een korte toelichting geven bij hun symbool. Vervolgens wordt iedereen uitgenodigd om een kaarsje aan te steken en op de symbolentafel neer te zetten.
Gedicht (Rutger Kopland) (Marieke)
Moedertaal
Misschien slaapt er nog iets diep in je hoofd
iets van de taal van je moeder
want taal kan slapen – je probeert te bedenken
wat je droomde terwijl de droom alweer verdwijnt
in een steeds donkerder wordende schemer nog
voor je de woorden ervoor terugvindt
bij het woord moedertaal zie ik een oude foto
een schemerdonkere slaapkamer en in het bed
een jonge vrouw met in haar schoot
een pasgeboren kind – mijn moeder en ik
ze buigt zich over mij en haar gezicht is
nadenkend alsof ze zich afvraagt wie ik ben
mij zoekt en zoekt naar woorden voor mij
ik herinner mij niets van wat ze zei maar
dat is misschien de taal van je moeder
slapende geluiden in je hoofd
Lied – Gij die de stomgeslagen mond verstaat
Aankondiging video (Willem)
Als ‘contrapunt’ van al dit zwijgen, van deze sprekende stilte, volgt nu de korte video-opname van een gesprek dat Thomas en ik hadden met Liesbeth Kromhout, de meesten van ons welbekend, over de beweegredenen voor haar vertaalboekjes, die op een wonderlijk elementair niveau vertolken hoe mensen met elkaar in taal kunnen communiceren die met onbegrip met elkaar zijn begonnen, mensen als Kader Abdolah, geïnspireerd door zijn vader.
Voor Liesbeths project collecteren we dit kwartaal en zij is natuurlijk vandaag hier om na afloop van de viering met iedereen die dat wil over haar project te vertellen.
Video (Thomas)
Lezing Psalm 19 vrij (Willem)
In zijn 150 Psalmen vrij heeft Huub Oosterhuis de eerste regels van Psalm 19 fraai poëtisch weergegeven:
Als een boekrol uitgespannen / verhaalt het firmament /
uw overwicht, de klaarte van uw naam.
Dagen stromen in elkaar over / van sprake van U;
Nachten fluisteren wat zij weten / elkaar toe, over U.
Maar niet zoals mensen spreken / geen stemgeluiden, geen taal,
zwijgen is het, sprakeloze stilte / tot aan de randen van de aarde / weerklank van stilte.
Lied – De hemel ontvouwt
Korte stilte
Voorbeden
We hebben veel woorden gesproken. Soms is het goed om juist even stil te zijn. Om niets te zeggen. Vandaag zijn we daarom een minuut stil om in onszelf te bidden, te gedenken of om gewoon even stil te kunnen zijn.
Collecte
Lied – Niet te schatten
Verhaal vanaf de toekomststoel
‘Toen niemand iets te doen had’ (Marieke leest Toon Tellegen)
Op een dag lag de eekhoorn aan de rand van het bos naar de lucht te kijken toen een woord hem ontschoot. ‘Ach!’ riep hij, zonder dat iemand hem hoorde, want hij was daar helemaal alleen.
Welk woord is het nou ook maar weer, dacht hij. Appel, gras, schors, krabben, dik…
Hij kon zich het woord niet meer herinneren. Het was en bleef weg.
Toen even later de zwaluw langskwam vertelde de eekhoorn wat hem overkomen was.
‘O’, zei de zwaluw, ‘dat gebeurt mij zo vaak. Ik ben vanochtend nog het woord ik vergeten. En gisteren ontschoot mij zomaar mijn naam.’
‘Zwaluw’, zei de eekhoorn.
‘Ja, dat weet ik nu ook wel weer’, zei de zwaluw. ‘Maar vind je dat niet vreemd?’
De eekhoorn knikte. Hij vond dat heel vreemd.
‘Ik ook’, zei de zwaluw. ‘En nu we het er toch over hebben: nou ontschiet mij toch weer een woord… hè… wat vervelend toch…’
Hij fladderde onrustig heen en weer. De eekhoorn keek hem verbaasd aan.
‘Dit hier…’, zei de zwaluw en hij wees naar alle kanten.
‘De lucht?’ vroeg de eekhoorn.
De zwaluw sloeg zijn vleugels om de eekhoorn heen.
‘Dank je wel, dank je wel!’ jubelde hij.
De eekhoorn maakte zich met moeite uit de vleugels los. ‘Pas ben ik nog iets voorgoed vergeten’, zei de zwaluw, plotseling weer ernstig.
‘Wat dan?’ vroeg de eekhoorn.
‘Ja… als ik dàt zou weten…’
‘Maar hoe weet je dat het voorgoed is?’ vroeg de eekhoorn. ‘Omdat ik overal heb gezocht’, zei de zwaluw. ‘Ik heb niets overgeslagen. Hij zweeg even en zei toen:
‘Maar ik vind het nu niet erg meer.’
De eekhoorn vroeg zich af of hij ooit iets voorgoed had vergeten. Maar hij kreeg het gevoel dat die vraag iets deed kraken in zijn hoofd en hij dacht vlug aan iets anders.
‘Ik ga maar weer’, zei de zwaluw.
‘Ja’, zei de eekhoorn.
De zwaluw steeg op en vloog langzaam weg. Na een paar vleugelslagen draaide hij zich om en riep:
‘Waar vlieg ik eigenlijk heen?’
‘Naar de verte!’ riep de eekhoorn.
‘O dank je wel’, riep de zwaluw, ‘dank je wel!’
De zwaluw werd snel kleiner, terwijl de verte zich oneindig ver uitstrekte en glinsterde en hier en daar ook trilde en onbereikbaar leek. Dàt woord zal ik nooit vergeten, dacht de eekhoorn. De verte.
Afsluitende tekst (Ellen Warmond):
Marieke:
Zonder jou heb ik nooit muziek gemaakt
zonder jou heb ik nooit geleefd
Je stem is een thema door mijn oren verzwegen
maar als hartslag bewoon je me hoorbaar
wanneer je niet bestond zou je ontstaan
als een vlam in de zee als een zelfwerkend vuur
want ik noem je jij
dat betekent: liefde
Willem:
Om wat waar is en niet te geloven
wat het lichaam te buiten gaat
de adem te boven
is er leven buiten het leven
zijn er talen buiten de taal
ik schrijf andere woorden dan die je leest
liefde staat er
ik schreef: jij
Lied – Geen taal die hem vertaalt
