Voorgangers: Willem van de Meiden en Marieke Hulsbergen
2 maart 2025
Onkreukbare woorden, waar ben je?
Welkom (Marieke)
Welkom bij deze viering van de Haagse Dominicus, de eerste van 2 vieringen over Taal.
Mijn naam is Marieke Hulsbergen. Normaal zit ik daar, in het koor. Vandaag sta ik hier. Taal houdt mij namelijk dagelijks bezig. Dat geldt voor iedereen natuurlijk maar als klein meisje was ik al bezig met taal. Met mijn moeder ging ik elke zes weken naar de bibliotheek op de Mient, hier in Den Haag. Mijn moeder ging dan naar de ‘grote mensen afdeling’ en ik ging naar de kinderboeken. Voordat ik weer thuis was, was ik dan al begonnen in één van mijn nieuwe boeken. Zelfs lopend onderweg naar huis las ik. Later ben ik Nederlands gaan studeren. En nu werk ik alweer jaren op een vmbo-school waar we ook een afdeling hebben voor onderwijs aan nieuwkomers. Dus ja, taal is zeg maar echt mijn ding. Om maar met de woorden van schrijfster van Paulien Cornelisse te spreken. Zij is overigens de schrijfster van het boekenweekgeschenk van de boekenweek die volgende week begint. Dus mocht het na een van deze vieringen gaan kriebelen – en dat zou zomaar kunnen – is dat een mooi moment om met een boek te beginnen! Ik hoor graag wat u gaat lezen J
Taal gaat vooral over woorden. We gebruiken er duizenden per dag. Vrouwen zouden er overigens meer dan mannen gebruiken, maar dat laat ik verder maar in het midden. Vaak komen woorden vanzelf. We denken er niet eens over na. Soms zouden we dat misschien beter wel moeten doen, want woorden kunnen ook pijn doen. We zoeken vaak naar woorden bij bijzondere gelegenheden. Wanneer iemand sterft, willen we iets van betekenis zeggen in weinig woorden. Wat gebeurt ons als we ons eerste kind krijgen? Of als we betrapt, verlaten of gevonden worden? We stotteren in euforie of in verbijstering. We kunnen de woorden niet vinden bij ultiem geluk of bij immens verdriet. ‘Ja, ik wil’, zijn woorden waarvan we meteen weten bij welke gelegenheid ze worden uitgesproken. Welke woorden kiezen we bij pech, als je je hoofd stoot of als zich een ramp voordoet? Soms kunnen we iets moeilijk onder woorden brengen. Dan is het fijn dat er al woorden gevonden zijn. Vaak door dichters en schrijvers. Vandaag gaan we samen met hen op zoek naar woorden, die verbinden, troosten, bevrijden of verstommen.
Samen met Willem van der Meiden ga ik voor in deze viering.
Er wordt gecollecteerd voor het financieel ondersteunen van de vertaalboekjes, op initiatief van Liesbeth Kromhout. In de volgende viering vertelt zij daar zelf meer over.
De bloemen gaan na afloop van de viering naar…..
En tot slot: Na afloop van deze viering is er een korte feestelijke mededeling. Blijft u daarom nog heel even zitten.
We beginnen deze viering met het aansteken van licht en het luiden van de klankschaal.
Lied - Onstilbare tonen
Inleiding op het thema (Willem)
Taal is niet neutraal
Hoe bedreigd is onze taal? Doen woorden er nog toe? Is de taal van ‘onze’ media enkel uit op misverstand? In maart hebben we hier in de Haagse Dominicus een tweeluik over ‘taal’, daartoe geïnspireerd door het thema van de aanstaande Boekenweek: ‘Je moerstaal’ en van de 40-dagentijd die aanstaande woensdag begint. Over onze moerstaal, over taalblindheid en over taal zonder woorden spreken en zingen wij over twee weken. Vandaag gaat de viering over het dubbele gezicht van taal: taal die bezet is en de taal van de macht naast taal die vrijheid biedt – taal van bederf, misbruik en misverstand naast taal van troost en warmte. Taal die mensen verbindt naast taal die mensen uiteendrijft. De taal als probleem dus en over onstilbare woorden.
We laten ons om te beginnen inspireren door de woorden van het gedicht ‘Gedragen’, een liedtekst van de Groningse priester-politicus Herman Verbeek, die twaalf jaar geleden overleed.
Gedicht (Willem)
Gedragen (Herman Verbeek)
Woorden zijn er / die zo zacht zo weerloos zijn
dat men ze kennen mag / maar niet spreken
woorden zijn er / die zo waar zo helder zijn
dat men ze horen kan / maar niet liegen
woorden zijn er / die zo licht zo vluchtig zijn
dat men ze zoeken zal / maar niet vinden
woorden zijn er / die zo hard geslagen zijn
dat men ze redden moet / maar niet weten
woorden zijn er / die niet meer in leven zijn
er moet toch iemand zijn / die ze oproept
Lied - Wees hier aanwezig
Lezing (Marieke)
We lezen een tekst uit het Bijbelboek Deuteronomium. De titel van dat boek is verlatijnst Grieks voor: de tweede wet. Het boek is één lange redevoering van de profeet Mozes na de reis van het volk Israël door de woestijn op de rand van het beloofde land. Kernwoord in deze lange rede is het Hebreeuwse woord ‘dabar’, dat ‘woord’, maar ook ‘daad’ betekent. Want de tekst spreekt over de Ene God, die doet wat hij zegt, die zegt wat zij doet. Het Bijbelboek, het vijfde en laatste van de Thora, heet dan ook in de Hebreeuwse Bijbel ‘debarim’: woorddaden, daadwoorden. Zo ook in de volgende tekst, uit het vierde hoofdstuk, vers 5 tot en met 9.
(Mozes spreekt dus zijn volk toe)
Zie, geleerd heb ik jullie inzettingen en rechtsregels,
zoals de ENE, mijn God, mij die geboden heeft, om daarnaar te doen
midden in het land waar je nu gaat komen om het te beërven.
Behoeden zul je ze en doen zul je ze,
want dáarin zul je wijs en verstandig zijn voor de ogen van de volkeren.
Als ze al deze inzettingen horen, zullen ze zeggen:
kijk, een wijze en verstandige gemeenschap is dit grootse volk!
Want welk groot volk is er met goden zó nabij als de ENE, God-over-ons,
telkens wanneer wij tot hem roepen?
En welk groot volk is er met inzettingen en rechtsregels
zó rechtvaardig als dit gehele onderricht
dat ik heden geef voor jullie aangezicht?
Maar behoed je ervoor en bewaak je ziel ten zeerste
dat je niet vergeet de woorden die je ogen hebben gezien,
dat ze niet wijken uit je hart, al de dagen van je leven;
en laat ze weten aan je kinderen en aan de kinderen van je kinderen!
Lied - Deze woorden
Overweging (Willem)
De Duitse taal heeft (of had) de eervolle naam de taal te zijn van dichters en denkers. Die taal raakte in de nazitijd bevuild, verminkt en verdraaid tot een wapen. Met slachtoffers tot gevolg. Eén van hen, een taalkundige, schrijft in zijn dagboek: “Taal dicht en denkt niet alleen voor mij, ze stuurt ook mijn gevoel, ze stuurt mijn hele psychische wezen, naarmate ik me vanzelfsprekender en onbewuster aan haar overgeef. En als nu de beschaafde taal uit giftige elementen is gevormd of draagster van gifstoffen is geworden? Woorden kunnen nietige stukjes arsenicum zijn: ze worden ongemerkt ingeslikt en lijken geen uitwerking te hebben, maar na enige tijd is de gifwerking er toch. Als iemand maar lang genoeg ‘fanatiek’ zegt in plaats van ‘heldhaftig’ en ‘deugdzaam’, gelooft hij ten slotte echt dat een fanaticus een deugdzame held is en dat je zonder fanatisme geen held kunt zijn. De woorden ‘fanatiek’ en ‘fanatisme’ zijn niet door het Derde Rijk bedacht, het heeft alleen de gevoelswaarde ervan veranderd en ze op één dag vaker gebruikt dan andere tijden in jaren.”
Dit werd als dagboekaantekening geschreven door Victor Klemperer, een Duits-joodse taalkundige, romanist en kenner van de Franse literatuur. Hij leefde van 1881 tot 1960. Zijn geheime dagboek uit de jaren 1933-1945, Tot het bittere einde, verscheen pas in 1995, 35 jaar na zijn dood, en veroorzaakte een literaire sensatie. Met akelige precisie en een scherp observatievermogen beschrijft Klemperer hoe de nazi’s hun druk op het dagelijkse leven van Joodse Duitsers dag na dag versterken tot een wurggreep waaruit geen ontsnappen meer mogelijk is. Klemperer wordt als een van de weinige Duitse joden gespaard voor deportatie en overleeft de oorlog alleen dankzij het feit dat zijn vrouw Eva niet-Joods is. Zij is het ook die ervoor zorgt dat zijn dagboekaantekeningen niet in handen komen van de nazi’s. Klemperer houdt zich in deze jaren bezig met een boek dat na de oorlog moet verschijnen. In dat boek analyseert hij de taal van het nationaalsocialisme. Met tal van voorbeelden laat hij zien hoe de nazi’s de Duitse taal vervormen, modelleren, doorspekken met neologismen, zodat een taal ontstaat die verraadt van welke ideologie zij het voertuig is geworden. Hij schrijft heet van de naald: de taal die hij beschrijft ontstaat en verandert onder zijn ogen. ‘Fanatiek’ is bijvoorbeeld zo’n vervormd woord. Nog één ander voorbeeld. Dat boeren hun gewassen oogsten is van alle eeuwen. Het Duitse woord voor gewas, Getreide, is een alledaags woord. Maar de nazi’s willen van de boerenstand een pijler van het nationaalsocialisme maken, ze willen het dagelijkse werk van boeren omduiden naar een ideologische strijd voor het welzijn van het Duitse volk. Zo wordt het binnenhalen van de oogst Getreideschlacht, de slag om het gewas, zo wordt de oogst een veldslag, die met een overwinningsfeest wordt gevierd. Klemperer noemde zijn boek LTI, de Latijnse afkorting voor ‘Taal van het Derde Rijk’. Het werd pas in het jaar 2000 in het Nederlands vertaald.
De taal van de bezetter, bezette taal. Taal die erom vraagt bevrijd te worden, ontregeld te worden. Kijk eens mee naar het volgende fragment, uit de film Die Blechtrommel van Volker Schlöndorff, naar het boek van Günther Grass. Deze scène speelt zich af op een partijdag in de oorlog in Danzig, het huidige Polen, waar een belangrijke nazi op bezoek komt. Er klinkt marsmuziek in vierkwartsmaat, maar daar is ook de hoofdpersoon, de kleine trommelaar Oskar, en die gaat ontregelen.
…
Zo eindigt dit gebeuren in een driekwartsmaat, en zoals men weet kan men daar niet op marcheren, maar wel op walsen. Op een vierkwartsmaat ga je rechtdoor, op een driekwartsmaat ga je rond.
We nemen in onze dagen waar dat de taal niet alleen verruwt, maar dat schelden bon ton, de norm is geworden, niet alleen in schimmige praatprogramma’s of duistere hoeken van sociale media en internetmedia. Ook de ‘groten der aarde’ putten zich uit om hun boodschappen en oneliners zo afstotend en provocerend mogelijk over het voetlicht te brengen om zo hun tegenstanders te imponeren en monddood te maken en hun medestanders naar de mond te praten en hun achterban te verenigen. We kennen inmiddels de ‘kopvoddentax’, de ‘vaccinatiehoer’, de ‘ecoterrorist’ op de A12 en de ‘stiltenazi’ in de treincoupé. In progressieve kranten en tv-programma’s verschijnen pleidooien om de taal niet te laten vervuilen of te laten bezetten, maar te bevrijden van deze bezetters: het is ‘onze’ taal en taal verdeelt niet, maar verbindt. Ik help het hopen.
Ik merk zelf – en misschien herkent u dat – dat ik sinds de dagen van Pim Fortuyn soms harder praat dan ik wil of me grover uitdruk dan ik doorgaans doe, zonder dat met opzet te doen. Het gaat vanzelf. Ik merk ook dat als iemand een grote mond opzet in het verkeer, ik geneigd ben hem of haar van repliek te dienen met een gedurfd woord als ‘boerenlul’, terwijl ik vroeger dacht: ‘laat maar praten’. Het is dus besmettelijk, deze taalbesmetting. Daarom raken mij de woorden van Herman Verbeek:
Woorden zijn er / die zo zacht zo weerloos zijn
dat men ze kennen mag / maar niet spreken
woorden zijn er / die zo waar zo helder zijn
dat men ze horen kan / maar niet liegen
Het is een pleidooi voor de bescherming van het woord. En het toont de kwetsbaarheid van het woord, dat daarom die bescherming nodig heeft. Ik zou er met de woorden van Mozes aan willen toevoegen: vergeet niet de woorden die je hebt gezien, maar geef ze door aan je kinderen.
Om af te sluiten met Viktor Klemperer: “Het gif van de LTI – de taal van het Derde Rijk dus – zichtbaar maken en ervoor waarschuwen: ik geloof dat het meer is dan alleen maar schoolmeestertje spelen. Als bij orthodoxe joden eetgerei cultisch onrein is geworden, reinigen ze het door het in de aarde te begraven. We moeten veel woorden uit het nazistische taalgebruik voor lange tijd in een massagraf leggen, en enkele voor altijd.”
Ik pleit ook voor zelfonderzoek. Worden er in onze kerken en misschien ook hier woorden gebruikt die mensen beschimpen of tegen elkaar opzetten, in plaats van troosten en verbinden? Ik denk aan woorden als ‘vrijzinnig’ en ‘orthodox’, aan ‘gelovigen’ en ‘heidenen’, aan ‘fundamentalisten’ en ‘buitenkerkelijken’, aan ‘zonde’ en ‘schuld’. Ook die zijn niet neutraal en daar moeten we dus mee oppassen. Al was het alleen maar omdat het prettiger is te kijken naar mensen die walsen en elkaar in de ogen zien dan naar mensen die náást elkaar marcheren en elkaar niet zien. Amen
Lied - Onkreukbare woorden
Voorbeden (Marieke)
Lieve God, help ons woorden te vinden bij datgene waar geen woorden voor zijn. Geef ons de moed om ons uit te spreken tegen onrecht, geweld en polarisatie. Laten we onze taal gebruiken om verbinding te maken met elkaar. Een praatje maken met mensen die alleen zijn, vragen hoe het met iemand gaat, een buurman of buurvrouw uitnodigen voor een kopje koffie, een vriend of familielid een keertje opbellen. Laten we vieren, juichen, liefhebben en zingen. En laten we soms juist stil zijn, onze woorden achterwege laten wanneer het beter is om niets te zeggen, luisteren naar de woorden in ons binnenste, die in ons hart zitten en alleen bestemd zijn voor onszelf. En misschien voor God.
Ook vandaag zijn er woorden opgeschreven in het voorbedenboek.
- Voorbedenboek pakken en rechterzijde voorlezen -
Collecte
Dan is er nu collecte. Zoals altijd vind u de QR-code op de achterzijde van uw boekje. De mandjes gaan ook rond.
Muziek
Tafellied - Nu zend uw geest
Bij breken en delen (Willem)
woorden zijn er: dit is mijn lichaam
woorden zijn er: dit is mijn bloed
woorden zijn er, zacht en weerloos
- doe dit tot mijn gedachtenis -
- alleen samen zijn we mens -
- wij koesteren wat op ons toekomt -
wij proeven onze liefde
wij drinken onze vrede
wij blijven elkaar nabij
woorden zingen er:
‘dat er een nieuwe wereld is
waar brood en liefde is
genoeg voor allen’
omdat gij er zijt.
Breken en delen
Inleiding op ritueel 16 maart
Rituelen worden gebruikt als beeldende taal om kracht en inhoud te geven aan een betekenis. De meest sterke rituelen herinneren we ons vaak uit onze kindertijd. De kaarsjes die tijdens de Paasdienst in de donkere kerk aangestoken werden. De kerststal die je vroeger met je ouders opzette en de vraag wie kindje Jezus in de kribbe mocht leggen. Het gebed dat bij je thuis voor of na het eten werd opgezegd, soms onverstaanbaar. Een lied dat bij speciale gelegenheden werd gezongen. Het vastentrommeltje in de veertigdagentijd waar je snoepjes in bewaarde totdat het vasten over was. Overigens zijn niet alle rituelen die we koesteren uit onze jeugd spiritueel of religieus. Kleine rituelen zonder spirituele of religieuze betekenis kunnen net zo waardevol zijn. Denk bijvoorbeeld aan het zingen van wandelliederen tijdens wandelmarsen met school. Of de yell van de padvinders. Liedjes tijdens het elastieken op het schoolplein. Beschuit met muisjes. Rituelen kunnen je in je hart raken en zijn heel geschikt om te delen, te verwerken of te uiten.
We willen jullie vragen om voor de eerstvolgende viering op 16 maart een symbool mee te nemen dat een ritueel vertegenwoordigt dat je vanuit je kindertijd hebt meegekregen. Dat kan een kruisje zijn, een rozenkrans, een kaars, een beeldje, een foto. We maken er dan een rituelentafel van. We nodigen ook een aantal mensen uit om hier kort iets bij te vertellen.
Inleiding op de toekomststoel
Taal is niet alleen van vroeger en van nu, maar ook zeker van de toekomst. Welke woorden willen we bewaren en meegeven aan de volgende generaties. Caroline Morris leest vanaf de toekomststoel een gedicht voor van J.C. van Schagen. En over toekomst gesproken, die zit in haar buik.
Vanaf de toekomststoel (Caroline)
ik zal een boom zijn
en ik zal de vogel zijn
die in mij nestelt
ik zal de grond zijn
waar de boom in wortelt
waar de vogel woont
ik zal de wind zijn
en grond en boom en vogel
eindeloos strelen
en onder de boom
zal ik de mens zijn
die dit dromend zal bestaan
J.C. van Schagen (uit: Narrenwijsheid, 1925).
Zegen (Willem)
Woorden zijn er om te doen,
wij zijn gods handen
daarom bidden wij:
lieve God,
behoed ons
zegen ons
bewaar ons
gij die ons hebt toegekeerd
naar elkaar,
om elkaar
te zegenen
te bewaren
te behoeden - amen
Lied - Geen taal die Hem vertaalt

