Voorganger: Marianne Pompert en Jolly van der Velden
Welkom en mededelingen
Opening, Licht en klankschaal
Lied : Passage Voor mij alleen de weg
Inleiding op het thema
Januari, de maand van de goede voornemens. Nu ben ik nooit zo van de goede voornemens.
Maar met de jaarwisseling verbleef ik een kleine week, met een goede vriendin in een huisje in Ermelo. Het was een heel eenvoudig huisje, geen wifi en een slechte televisie verbinding. We hebben daarom veel gelezen en gewandeld in het bos tegenover het huisje. En gelukkig weinig overlast van vuurwerk gehad. We genoten van de eenvoud en de rust. Dit was voor mij een aanleiding om dit jaar wel een goed voornemen te hebben: n.l. proberen mijn agenda niet meer zo vol te laten lopen…..
Maar ja, wat doe ik wanneer ik toch geroepen wordt? Soms heel direct, kan er een duidelijke vraag aan mij gesteld worden. Maar het kan ook zijn, dat ik mij ‘geroepen’ voel. Dan zijn het soms de woorden die ik in mij hoor.
Zo kom ik bij het thema van deze morgen. Wanneer voelen we ons geroepen? En als we gehoor geven aan die roeping, tot hoever gaan we dan? Zetten we voor onszelf een streep, tot hier en niet verder? Of gaan we toch over de streep?
Gebed
Laten we ons hart openen voor de adem van Gods liefde
Laten we ons oog openen voor de glans van Gods licht
laten we ons oor openen voor de roep van Gods stem
opdat onze handen zich openen om te delen van het leven dat wij ontvingen
en wij adem geven aan wie in zichzelf vastlopen
opdat wij als een licht zijn voor wie aan het duister verloren dreigen te gaan
en gehoor geven aan wie roepen om gehoor te vinden.
Lieve God
Schenk ons het vertrouwen, dat U ons steunt,
Dat wij ons daar aan vast mogen klampen
juist op de moeilijke stukjes van onze levensweg
dat U ons draagt, dat U ons lief hebt
op weg naar onze bestemming
Amen.
Lied : Dan nog
Verhaal: de streep van Toon Tellegen
“Tot hier. En verder niet,” zei de eekhoorn tegen zichzelf. Hij trok een streep in het zand langs de oever van de rivier en bleef aan één kant van de streep staan.
Hij had zich al lang voorgenomen zo’n streep te trekken en daar dan niet voorbij te gaan.
Dan weet ik tenminste waar ik aan toen ben, dacht hij.
Hij was moe en ging zitten. De zon ging langzaam onder en er heerste stilte en rust in het bos en boven de rivier. Soms dreef de geur van hars en heide voorbij. De eekhoorn liet zijn hoofd op zijn handen rusten en keek naar de andere kant van de streep. Het was alsof daar alles anders was. Maar hij kon niet goed uitmaken wat er dan anders was.
“Eekhoorn! Eekhoorn!” hoorde hij plotseling roepen.
“Ja,” riep hij terug. Hij herkende de stem van de krekel.
“Kom eens hier,” riep de krekel.
“Waar ben je?”
“Hier”.
De eekhoorn keek om zich heen en zag iets bewegen in het struikgewas. “Ach,” zei hij. “je zit aan de verkeerde kant van de streep. Ik kan niet bij je komen”.
“Dan eet ik hem maar alleen op, “ zei de krekel.
De eekhoorn rekte zich uit om te zien wat de krekel bedoelde, leunde met zijn bovenlichaam ver over de streep, maar hij zag alleen het puntje van de staart van de krekel. De geur kwam hem echter bekend voor.
“Wacht even!” riep hij. Hij keek om zich heen of niemand hem zag en wiste toen snel, met zijn staart, de streep uit. Misschien is het wel niet goed om te weten waar je aan toe bent, dacht hij.
“Ik kom er aan, “ riep hij.
Maar toen hij bij het struikgewas aankwam zei de krekel: “Waar bleef je toch? Ik heb hem nu zelf maar opgegeten.”
“Wat?” vroeg de eekhoorn.
“Ja…eh…..hoe heet zo’n ding ook maar weer…
“Een beukennoot?”
“Ja, inderdaad. Hoe wist je dat? Een beukennoot. Op is op. Maar om nou te zeggen lekker….”
De krekel haalde zijn schouders op en de eekhoorn liet zijn hoofd zakken en slofte in de schemering naar huis. Hij nam zich voor nooit meer een streep te trekken of zich iets voor te nemen of te willen weten waar hij aan toe was. En als ik ooit nog eens “Tot hier” zeg, dacht hij, dan moet ik meteen daarachter aan mijn hoofd schudden. Beloof je dat? Hij knikte en beloofde het zichzelf.
Lied : Wie zijn leven niet wil geven
Lezing : Jona – Nineve; selectie uit boek Jona (NBV21)
Jona 1 vers 1 t/m 3, Jona 2 vers 1 en 7b t/m 11 en Jona 3 vers 1 t/m 3
NBV21:
Jona 1
1De HEER richtte zich tot Jona, de zoon van Amittai: 2‘Maak je gereed en ga naar Nineve, die grote stad, om haar aan te klagen, want Ik heb gezien hoe haar inwoners zich misdragen.’ 3En Jona maakte zich gereed, maar vluchtte naar Tarsis, weg van de HEER. Hij ging naar Jafo en vond er een schip met bestemming Tarsis. Hij betaalde de overtocht en ging aan boord om mee te varen naar Tarsis, weg van de HEER.
Jona 2
1De HEER liet Jona opslokken door een grote vis. Drie dagen en drie nachten zat Jona in de buik van de vis. 2Toen begon hij in de buik van de vis tot de HEER, zijn God, te bidden:
…
7b o HEER, mijn God!
Toen mijn levensadem mij verliet,
riep ik U aan, HEER,
en mijn gebed kwam tot U in uw heilige tempel.
9Zij die armzalige goden vereren,
verlaten U, trouwe God,
10maar ik zal mijn stem in dank verheffen
en U offers brengen;
mijn geloften los ik in.
Het is de HEER die redt!’
11Toen, op bevel van de HEER, spuwde de vis Jona uit op het droge.
Jona 3
1Opnieuw richtte de HEER zich tot Jona: 2‘Maak je gereed en ga naar Nineve, die grote stad, om haar aan te klagen met de woorden die Ik je zeg.’ 3En Jona maakte zich gereed en ging naar Nineve, zoals de HEER hem had opgedragen.
Lied : Gij die boven mensen uit
Overweging:
Lieve mensen,
Je geroepen voelen. Wat wil dat eigenlijk zeggen? Wanneer voelt een mens zich geroepen en waartoe voelt een mens zich geroepen?
Waarom en wanneer voelen wij ons geroepen om ons ergens voor in te zetten?
Voor het milieu, voor een politieke partij, voor de school van onze kinderen, voor de buurt waarin wij wonen, voor de dieren, voor een geloofsgemeenschap, vult u maar aan.
Of wanneer voelen we ons geroepen om onze stem te laten horen, of om ergens op af te stappen? Wanneer we zien of voelen dat er iets onrechtvaardigs gebeurt? Of wanneer we aanvoelen dat iemand aandacht nodig heeft?
Of een heel ander voorbeeld: Hoe gemakkelijk zeggen we niet tijdens een vergadering of een discussie, “nu voel ik mij toch geroepen om ……?
Mij overkomt dat nog wel eens.
Soms denk ik achteraf wel, waarom kon ik mijn mond niet houden?
Is er dan een stem diep vanbinnen die mij oproept om op te staan? Zijn het de woorden die ik in mij hoor, zoals we hebben gezongen? Noemen we dat ons geweten?
In de Bijbelse traditie is “geroepen worden” een bekend en dus veel besproken thema.
Zó bekend, dat de term nergens verder toegelicht wordt, maar als vanzelfsprekend genoemd wordt.
Zo vertelt de bijbel al in het eerste Bijbelboek, Genesis, over de roeping van Abraham.
Hij wordt geroepen om zijn vaderstad te verlaten, om naar een onbekend land te reizen.
Ook van Jozef wordt ons verteld hoe hij geroepen werd.
Jozef was de één na jongste zoon van Jakob- en diens lievelingszoon.
Alleen al om dit laatste hadden zijn tien oudere broers een grote hekel aan hem.
En die haat wordt alleen maar groter wanneer Jozef hen vertelt over zijn roepingsdromen.
Van de profeet Samuël wordt verteld hoe hij geroepen wordt terwijl hij slaapt; hij wordt wakker van een stem die zijn naam roept.
Tot drie keer toe klinkt die stem, en het duurt lang voordat Samuël doorheeft, dat die stem niet van een mens komt, maar vanuit de geestelijke wereld tot hem komt.
Het NT is in feite één grote oproep om de weg die Jezus wijst te volgen.
Door Jezus kunnen we Gods roeping aan ons verstaan.
Met name Paulus spreekt in al zijn brieven steeds weer over het feit dat wij door God geroepen zijn.
In alle toonaarden en in allerlei variaties klinkt het steeds weer bij hem: word je bewust dat je geroepen bent!
Zomaar een paar Bijbelse voorbeelden van geroepen zijn of worden.
Vanochtend hebben we twee verhalen gelezen over geroepen worden. In het verhaal van Toon Tellegen is het een duidelijk verhaal. Eekhoorn wordt geroepen, maar helaas ….doordat hij voor zichzelf een streep had getrokken, loopt hij iets heerlijks mis. Hij belooft zichzelf om nooit meer een streep te trekken.
In het verhaal over Jona, is het wat minder duidelijk. In eerste instantie denk je nog dat Jona aan de roeping van de Heer gehoor wil geven, want hij maakt zich gereed. maar al snel wordt duidelijk dat hij op andere gedachten komt.
Want hij vlucht weg voor de moeilijke opdracht, hij wil vluchten naar Tarsis, een stad in Spanje, het uiterste westen. Hij vlucht in tegengestelde richting.
Vervolgens daalt Jona steeds dieper af, van het hoger gelegen land, naar de kuststreek, naar de havenplaats Jafo, vanaf de kade het schip in, in het schip naar beneden in het ruim, daar valt hij in een diepe slaap.
Is de opdracht die hij krijgt misschien te groot, te omvattend?
Wat moet hij beginnen in Nineve, de stad die symbool staat voor een Israël vijandige stad, die symbool staat voor het kwaad?
Weggaan, weglopen. Op de vlucht slaan. Je onttrekken aan je opdracht.
Wie kent het gevoel niet? Even diep onder de dekens kruipen?
Even weg van je verantwoordelijkheden? Even rustig in een huisje in Ermelo, zonder internet en televisie. Even geen verschrikkelijke beelden van oorlogen.
Want wat kan een mens beginnen tegen het structurele kwaad, de collectieve boosheid?
Of dat nu Nineve is, of welk kwaad ook ter wereld.
In het groot: het kwaad in het Midden Oosten, in Soedan, in Oekraïne, of in welk ander oorlogsgebied of ontwikkelingsland dan ook.
In het klein: het kwaad dat wij mensen elkaar aan doen, door slecht over elkaar te spreken, door ons hoofd om te draaien wanneer we iets zien wat we eigenlijk niet goedkeuren.
Is dat mijn zaak?
Slogans als ‘bemoei je niet met de zaken van een ander’, ‘ieder voor zich en God voor ons allen’, en ‘dat is niet pakkie an’, zijn niet uitnodigend om je open te stellen voor wat er om je heen gebeurt.
Wie ben ik dat ik mijn broeders of zusters hoeder zou zijn?
Het is blijkbaar niet vanzelfsprekend je stem te laten horen en iets te doen wanneer de ene mens de ander beschadigt.
Als dit al zo is in situaties die zich direct voor onze ogen afspelen, hoeveel te meer zijn wij dan niet geneigd ons hoofd af te wenden als het kwaad structureel van aard is?
Maar de opdracht aan Jona, en aan ieder goedwillend mens, is misschien niet eens om dat lijden en kwaad te bestrijden, maar dat hij of zij geroepen is er niet van weg te lopen.
We kunnen er niet altijd van weglopen, we kunnen niet om ons eigen Nineve’s heen. We moeten soms over onze denkbeeldig getrokken strepen heen stappen.
Nineve: die ene met wie het contact zo moeilijk is, die je eigenlijk uit de weg wilt gaan
Nineve: die man of vrouw die steeds op bezoek komt, meer voor zichzelf dan voor mij denk je weleens
Nineve: dat verpleeghuis waar je beste vriend woont, maar waar je niet heen wilt, want het is zo confronterend.
Nineve: de straatkrant verkoper, waar je niet te veel aandacht aan wilt schenken.
Nineve: de kerk die een beroep op je doet, maar waar je eigenlijk geen tijd voor hebt
We kennen onze eigen Nineve’s.
En we kennen het verhaal van Jona, hoe het verder gaat.
Hoe hij na zijn avontuur met de grote vis, weer de opdracht krijgt om op te staan en zich gereed te maken om alsnog naar Nineve te gaan.
En hij richt zich op en gaat.
Doordat hij zich verbonden weet met zijn volk en gedragen door de Naam, “Ik zal er zijn”, kan hij het aan.
Met een paar mensen hier van de HD lezen we het boek van Dirk de Wachter, Vertroostingen.
Het levert mooie gesprekken met elkaar op.
De rode draad in dit boek is: Wat biedt troost? Waar heeft iemand die in de misère zit, vooral behoefte aan? De uiteindelijke conclusie van de Wachter is, in het kort samengevat: de aanwezigheid van de ander. Oftewel liefdevolle aandacht, een vriendelijk woord, een klein gebaar, tijd en ruimte.
Dus wanneer je je geroepen voelt om naar iemand toe te stappen, om wat voor reden dan ook, denk dan niet: waar bemoei ik mij mee, zit hij of zij nu op mijn hulp te wachten, wat heb ik nu te bieden? Maar doe het, doe wat je hart je ingeeft. Stap over je denkbeeldige grens heen, en probeer een ander tot troost te zijn.
Want de ander kunnen we alleen maar ontmoeten, wanneer we over onze grenzen heen stappen. Dan kunnen we de vrije, open ruimte instappen. Alleen daar kan wat gebeuren. Ik noem dat ook wel de speelruimte.
En wanneer we dat dan doen, mogen we ons overschaduwd weten, door diezelfde Naam: Ik zal er zijn. Daar mogen we ongezien op vertrouwen.
Zo kan het rijk van God, die Ander met een hoofdletter, in de wereld zichtbaar worden, door het werk van mensen, die zichzelf daartoe geroepen voelen.
Amen.
Lied: Lied van weg en omweg
Voorbeden:
Eeuwige,
Bron van licht en barmhartigheid.
Wees bij ons, hier en nu
en inspireer ons te doen wat goed is.
We zongen: Wie wil geven wat hij heeft, die zal leven.
Opdat we door het leven gaan met jou als reisgenoot en wegwijzer.
Soms vraag je iets anders van ons dan we verwachten,
moeten we een zelf getrokken grens over
Dat geeft ongemak, het kan zelfs voor angst zorgen
als we uit onze verschansingen moeten komen,
om te doen wat goed is
en moet worden gedaan.
Tot hier en toch verder…
kan een duwtje in de rug zijn,
een onverwachte mogelijkheid,
iemand die op ons pad komt waar we wat voor kunnen doen.
Geef ons de vrijheid om in vertrouwen zo’n stap te zetten om uit te reiken naar de ander.
En daarmee ook naar onszelf.
De weg en omweg kunnen lang en taai zijn.
Moe en dorstig zijn,
Wie kent het niet?
En dan omgeven worden door jouw naam.
Vertrouwen hebben dat het goed is,
dat we niet alleen zijn
Dat we mensen durven zijn die elkaar nodig hebben.
Daar is moed voor nodig.
En een blijmoedig geloof in elkaar en in onszelf.
Dat we ondanks wat er dagelijks gebeurt in de wereld,
ondanks alle duisternis,
het licht blijven zien.
Als inspiratie.
Wij bidden voor wat ons is toevertrouwd in het voorbedenboek:
.
.
.Wij bidden voor wat ons persoonlijk zo ter harte gaat.
.
.
.
Amen
Collecte voor vertaal boekjes
De tafel wordt klaar gemaakt
Tafellied: Gezegend Hij
Woorden bij breken en delen:
Bij het breken en delen mogen wij ons hart openen, opdat wij in Gods naam elkaar vergeven
In de hoop dat het kwade niet wordt vermenigvuldigd.
We mogen onze handen openen, om het brood van de vrijheid te ontvangen,
We mogen de vrucht van de wijnstok tot ons nemen.
Opdat wij mogen blijven geloven in het visioen, dat er eens recht zal voor allen.
Het Koninkrijk hier op aarde, waar brood en liefde is, genoeg voor iedereen.
Breken en delen
Brood van de vrijheid, vrucht van de wijnstok
Zegenwens:
We gaan van hier, ieder naar de plek waar wij wonen
We mogen gaan met de zegen van de Eeuwige,
die ons in het oog houdt, die ons behoedt en op handen draagt.
we kunnen nooit zover weglopen
dat we niet bij Hem terug kunnen komen
die ons de kracht geeft
om onze levensopdracht te vervullen
en innerlijke vreugde geeft.
Zo zegene ons: God de Vader, de Eeuwige Liefde, Zijn Zoon, ons voorbeeld en de Heilige Geest, onze kracht. Amen.
Lied: Zo vriendelijk en veilig als het licht
Kaarsen doven
